Bert Schelfhout - Diëten met de overheid: VRT privé
Beperkte overheidsmiddelen en dalende koopkracht. Twee zaken die frequent onderwerp zijn van publiek debat. Welke formule kan deze uitdagingen aan? Daar komt een uitstekend liberaal recept: het dieet van de overheid. Een publiek debat over de privatisering van staatszenders VRT en RTBF is hier dan ook op z’n plaats.
Twee jaar geleden, net op het moment dat het medialandschap in rep en roer stond door uitspraken van Tony Mary, pleitte toenmalig kamervoorzitter Herman De Croo in een VTM programma voor de privatisering van de VRT. Met hevige reacties tot gevolg. Het debat werd echter nooit ten gronde gevoerd. Yves Leterme – destijds minister-president van de Vlaamse regering - zei ‘non’ en af was de kous.
De vraag blijft echter nog steeds... Behoort de VRT tot het takenpakket van de overheid? Meer zelfs... Is deze zogenaamde objectieve dienstverlening wel zo toereikend? Dienen de belastingsbijdragen hieraan te worden besteed?
De beheerscontracten die anno 2007 werden afgesloten met VRT en RTBF hadden respectievelijk een omvang van 279 miljoen euro en 176 miljoen euro. Samen goed voor zo’n 455 miljoen euro. België telt zo’n 4,5 miljoen huishoudens. Aldus komt dit neer op iets meer dan 100 euro per huishouden. Toch een aardige som om de koopkracht omhoog te helpen?
Voordelen en kerntaken van publieke zenders?
Welke argumenten pleiten in het voordeel voor het behouden van de publieke omroep in België? Welke zijn z’n kerntaken die een private omroep niet degelijk kan vervullen? Het pleidooi voor het behouden van de VRT is toch niet enkel gebaseerd op een conservatieve tevredenheidreflex van z’n kijkers? Dat elke belastingsplichtige – ook de niet - VRT kijkers - hiervoor een aanzienlijk bedrag moet neertellen pleit voor debat. Bovendien worden concurrenten door de financiële input van overheidsgeld benadeeld in hun concurrentiepositie.
Een veel gehoorde rechtvaardiging is de zogenaamde hogere ‘kwaliteit’ in de programma’s van de publieke omroep. De koppeling van het subjectieve begrip kwaliteit aan een staatszender is mijns inziens een grove denkfout.
Kwaliteit wordt door iedereen verschillend geïnterpreteerd. De éne persoon ziet natuurdocumentaires en cultuurprogramma’s aan als kwalitatief hoogstaand. Anderen vinden intellectuele quizen en voetbalverslagen van niveau. In een interview met De Standaard aanziet Dirk Wauters, gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse openbare omroep, kwaliteit als ‘de meest betrouwbare informatiebron’. Het aanbieden van ‘cultuur en Vlaamse identiteit’ stelt hij tevens als meerwaarde tot kwaliteit.
Private zenders nestelen zich in een marktsegment. Zo kan men bijvoorbeeld ‘entertainment’ aanbieden of ‘informatief en betrouwbaar’ zijn. In deze laatste hebben zij ten aanzien van hun concurrenten er alle belang bij om juiste informatie te verschaffen. Kanaal Z is een voorbeeld van een Belgische private omroep die er alle belang bij heeft correcte informatie te verschaffen. De private zender CNN is bekend als ‘The most trusted name in news.”. Indien hun informatie onjuist blijkt te zijn worden zij afgestraft door hun concurrenten. Iets wat bij openbare omroepen niet het geval hoeft te zijn, aangezien deze zeker zijn van hun inkomsten. Bovendien zijn openbare omroepen afhankelijk van goodwill van de politici, die hun beheerscontract bepalen. Wordt de VRT al niet te vaak verweten “rood” gekleurd te zijn?
Een tweede argument die vaak wordt aangehaald ten voordele van de publieke omroepen is het objectiviteit - beginsel. Publieke omroepen zouden meer in staat zijn dan private omroepen om de objectiviteit te garanderen. Voorgaand werd reeds aangetoond dat dankzij concurrentie in bepaalde segmenten objectiviteit beter gewaarborgd kan worden. Bovendien is een objectiviteitstandaard onmogelijk rechtmatig definieerbaar in een wereld met zoveel verschillende persoonlijkheden, meningen en handelingen. Maar wat als aandeelhouders van een private zender bepaalde ideeën of informatie wensen te verspreiden die zogenaamd subjectief zijn. Dan is het aan de personen zelf om deze informatie te verwerken en eventueel te verwerpen. Mensen worden heden ten dage via allerlei private kanalen zoals kranten, magazines, internet blootgesteld aan de meest uiteenlopende informatie. Men selecteert die informatie die men wenst, subjectief of zogenaamd ‘objectief’. Ouders selecteren dan weer voor hun kinderen strips, tekenfilms of speelgoed.
Private zenders kunnen het ook.
Dirk Wauters haalt tevens aan dat ‘cultuur’ en ‘Vlaamse identiteit’ uitdragen ook een meerwaarde van de publieke zender is. Kan een private zender dit dan niet? Zijn er technische beperkingen? Welnee. Als hiervoor voldoende belangstelling is zullen private instellingen hierop inspelen. En wat met de zaken die de overheid –in geval van onvoldoende belangstelling - toch wenst over te brengen naar de bevolking? Ik denk bijvoorbeeld aan projecten van culturele en sociale aard. Dan kan de overheid aan een zeer concurrentiele prijs zendtijd afkopen van één van de zenders. Deze minimale kost wordt dan tevens heel efficiënt besteed.
Het ongemak van reclameboodschappen kan ten slotte worden aangehaald als noodzakelijk motief voor het behouden van de logge overheidsinstelling. Welnu, als men niet graag reclameboodschappen bekijkt, dan zijn er betaalzenders of bepaalde vormen van digitale televisie waar je ongestoord een ganse avond televisie kan kijken. De belastingskost die men zichzelf, de buurman en de grootouders bespaard kan men hieraan besteden. Personen die het niet breed hebben, en bovendien graag VTM kijken, hoeven in dit geval niet financieel op te draaien voor de persoon die graag zonder reclame televisie kijkt.
De kerntaken waarvoor de openbare omroep z’n ontstaan vond in 1960 kunnen heden ten dage perfect worden ingevuld door private zenders. Een verdere integratie naar private zender is dan ook opportuun. Heden ten dage ontvangt de VRT inkomsten uit 4 bronnen. Naast de overheidsfinanciering (grootste deel) zijn er ook de advertentiemarkt (2de pijler), de inkomsten uit distributeurs (3de peiler) en het merchandising (4de pijler). De advertentiemarkt omvat radioreclame en sponsoring en is beperkt tot een bepaalde limiet om de concurrentie niet al te sterk te verstoren.
Een stapsgewijze omscholing tot volledige privaatzender kan verlopen door het verhogen van de limieten en het verlagen van de overheidsfinanciering. Deze kan gepaard te gaan met verhoging van private participatie door (geleidelijke) verkoop van aandelen.
De voordelen zijn legio. Concurrerende zenders kunnen zich op een volledig private markt ook gemakkelijker inlaten in marktsegmenten die voordien gedomineerd werden door de publieke zender. Dit opent perspectieven voor nieuwe programma’s die inspelen op cultuur, geschiedenis, human interest, etc.
Als favoriete VRT kijker heb ik geen conservatieve angstreflex, als zou privatisering het einde van het huidige aanbod betekenen. Zolang mensen het aanbod goed vinden, heeft men reden om het uit te zenden. Niemand hoeft daarenboven verplicht voor mijn geliefde televisiezender te betalen. Op naar VRT Privé!
Bert Schelfhout
Hoofdredacteur LVSV Gent
>klik hier om terug te keren naar het overzicht van de lvsv-publicaties