Eveline Van den Abeele & Nicolas Coudeville - Een vreedzame oplossing voor Kosovo

17 februari 2008, het onvermijdelijke geschiedde in de Balkan: de Servische provincie Kosovo riep na jarenlange onderhandelingen en moeizaam gelobby de onafhankelijkheid uit. Prompt ontstond een ‘nieuw land’ in Europa. Enkele EU-lidstaten weigeren echter dit nieuw staatje te erkennen, maar ook de landen die voor de onafhankelijkheid zijn, stellen hoge eisen. Hierna volgt een bondige analyse van de problematische situatie waarbij we enkele fundamentele, democratische – en aldus liberale – beginselen aanhalen, die Kosovo niet uit het oog mag verliezen om het Europees vertrouwen te verdienen.

Om dit inzicht te verwerven a priori een geschiedkundige reflectie.

Sinds jaar en dag strijden de Servische Albanezen (91% van de bevolking in Kosovo) voor de onafhankelijkheid van hun regio. Toen ze onder Milosevic in 1989 hun beperkte autonomie verloren en Kosovo bijgevolg onder de volledige heerschappij van het Servisch bestuur viel, was het hek van de dam. De Albanezen organiseerden zich en creëerden een schaduwsamenleving die evolueerde tot het Kosovaars bevrijdingsleger. Eind de jaren ’90 volgde een bloedige oorlog, met als dieptepunt de NAVO-bombardementen. Uiteindelijk moest Servië zich terugtrekken uit de provincie. Sindsdien stond Kosovo onder het bestuur van de VN, die daartoe de missie UNMIK ( United Nation Interim Administration Mission in Kosovo) had gesticht.

Dit internationaal bestuur bleek de voorbije maanden niet langer houdbaar en Kosovo opnieuw integreren als Servische provincie zou evenmin een oplossing bieden aan het fundamentele etnische probleem in de regio, gezien de Serviërs de voorbije jaren heel wat kansen tot toenadering hebben laten liggen. De laatste weken bleek Belgrado op zijn stappen terug te komen. Vijgen na Pasen. Het kwaad was geschied. Kosovo moest en zou onafhankelijk worden.

Een aantal aanzienlijke vraagstukken steken de kop op. Welke rol speelt de internationale gemeenschap en in het bijzonder de EU bij de Kosovaarse onafhankelijkheid? Moet het zelfbeschikkingrecht der volken primeren op de nationale integriteit? Is de rol van de natiestaat achterhaald? Hoe kan zo snel mogelijk een rechtsstaat gevormd worden die de belangen van de Servische enclaves respecteert?

Een eerste vraag die rijst, is echter een meer fundamentele: wat is een staat? Internationaal wordt de omschrijving van de Montevideo Conventie van 1933 aanvaard. Vier voorwaarden moeten voldaan zijn: beschikken over een grondgebied, een permanente bevolking, een regering die relaties kan onderhouden met andere staten en de meest controversiële voorwaarde, de erkenning door andere staten. En net hier wringt het schoentje: de wereld reageert verdeeld. Vooral Rusland, Spanje en vanzelfsprekend Servië eisen dat de NAVO-troepen de situatie ongedaan maken. Hun argumenten tegen een erkenning lijken op het eerste gezicht niet onlogisch.

Vooreerst stellen ze dat de onafhankelijkheidsverklaring een schending van VN-resolutie 1244 impliceert. In deze resolutie wordt geponeerd dat de Servische eenheid moet gewaarborgd blijven. In dit opzicht lappen de staten die Kosovo toch erkennen de ‘VN-wetten’ aan hun laars. Er dient echter te worden vermeld dat deze resolutie al jaren als achterhaald wordt beschouwd. De EU ijverde bij de Veiligheidsraad al lang om een nieuwe resolutie die een definitief statuut voor Kosovo zou implementeren. Het Russische vetorecht belemmerde echter iedere evolutie naar onafhankelijkheid.
Alsook zou deze onwettige afscheuring als een precedent aanschouwd kunnen worden door andere onafhankelijkheidsgezinde groepen wereldwijd. In de internationale politiek wekte Kosovo inderdaad heftige emoties op. Zo was de Baskische regering er als de kippen bij om Kosovo te bestempelen als een interessant voorbeeld. In Rusland vinden we dezelfde teneur: de separatistische regio's van Georgië, Abchazië en Zuid-Ossetië, stellen dat zij zeer binnenkort het Kosovaarse voorbeeld zullen volgen.

Naar onze mening moeten we inderdaad voorkomen dat Europa verwordt tot een gedesintegreerd geheel van mini-staatjes en moeten we streven naar een geheel van tolerante nationale samenlevingen waarbinnen de rechten van de minderheden worden gerespecteerd. Een sterk federalisme verdient onze voorkeur. Met andere woorden een verzoening tussen zelfbeschikkingsrecht en nationale integriteit. Het conflict in Kosovo is echter een conflict ‘sui generis’ en verdient een eigen benadering. De etnische volkeren zijn daarginds in de loop van de geschiedenis zodanig uit elkaar gegroeid, dat iedere poging tot hereniging tevergeefs zou zijn. Zo redeneren ook de meeste EU-landen waarop die alvast een geldstroom op gang brachten om het gebied uit het ondemocratische slop te trekken en het tevens uit de economische impasse te redden.

Ten aanzien van Servië is de EU eerder terughoudend. De Hoge vertegenwoordiger van de Unie, Javier Solana, heeft al laten verstaan dat de rust nu absoluut moet terugkeren opdat in een gunstig klimaat zou kunnen gepraat worden over een samenwerkings- en stabiliseringsakkoord. Dergelijk akkoord wordt beschouwd als een eerste stap naar een eventuele aanhechting bij de Unie. Het komt er dus op neer dat zolang er geen rust in de regio heerst, Servië een lidkaart van de Unie – die nu reeds uit zijn voegen barst – kan vergeten.

De onafhankelijkheidsverklaring is in principe vooral symbolisch. De komende maanden zal moeten blijken of Kosovo inderdaad klaar is om op eigen benen te staan en of het land niet zal degraderen tot een primitieve oog-om-oog-samenleving, waarbij de Servische minderheden de rekening zullen gepresenteerd krijgen voor hun jarenlange suprematie. Kosovo heeft nu de taak zich uit te bouwen tot een democratische rechtsstaat waarbij de mensenrechten worden beschermd en de economie wordt opgekrikt.

Er zijn goede intenties die voorzien in een stevige rechtsstaat. De voorgestelde grondwet zet niet alleen een potige taalwetgeving op touw, maar ook nieuwe gemeentegrenzen, voorbehouden zetels voor de minderheden, een alarmbelprocedure (zoals we die ook in België kennen), een aantal dubbele meerderheden voor de herziening van speciale wetgeving, quota voor het aantal Serviërs in overheidsadministratie,… De missie van de VN wordt opgedoekt en wordt vervangen door een Europese politie- en justitiemissie (EURLEX) en een Amerikaans- Europees politiek controleorgaan (ICO) dat zal nagaan of de onafhankelijkheidsvoorwaarden, zoals de bescherming van minderheden, worden gerespecteerd.

Ook niet te verwaarlozen vanuit een liberaal standpunt zijn de burgerlijke rechten zoals de eigendomsrechten.  Momenteel is de situatie op dit vlak erbarmelijk. Als er al eigendomsrechten op papier staan, bevindt het desbetreffende dossier zicht niet zelden in Servië. Bovendien zal het land geen investeerders aantrekken als deze niet eens een eigendomstitel in handen kunnen krijgen. Ook hier dient de EURLEX-missie werk van te maken.

De toekomst zal nu moeten uitwijzen in hoeverre de verschillende onderlinge spanningen zullen afnemen en in welke mate Kosovo daadwerkelijk een soevereine rechtsstaat zal worden. Wij hopen alvast op een vreedzame, stabiele, liberaal-democratische oplossing met respect voor de mensenrechten.

Eveline Van den Abeele & Nicolas Coudeville

Leden LVSV Gent

>klik hier om terug te keren naar het overzicht van de lvsv-publicaties