Gregory Wauters: Vergeten conflict: Tsjetsjenië
Stalin liet ze massaal deporteren naar de Kazachse steppen. Chroesjtjov liet hen terugkeren maar bood geen excuses aan. Poetin tolereert hun onafhankelijkheidsdromen niet. Welkom in Tsjetsjenië.
Groznysering: Een stad met de grond gelijk maken. Dat was het lot van de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny gedurende de twee Tsjetsjeense onafhankelijkheids-oorlogen van de jaren 90. Cynisch genoeg is groznysering sindsdien een algemene term geworden.
Het was niet de eerste keer dat de Tsjetsjenen het aan de stok kregen met Moskou. Stalin beschuldigde hen van collaboratie met de Duitsers hoewel Hitlers leger nooit zo ver kon oprukken. In 1944 liet Stalin ze per trein deporteren naar de steppes van Kazachstan waar ze in barre omstandigheden werden achtergelaten. Ruim tweehonderdduizend mensen kwamen toen om. Chroesjtjov liet ze in 1957 terugkeren naar hun geboorteplaats in het kader van het destalinisatieproces. Hun huizen waren intussen al ingenomen door Russische kolonisten.
Middenin deze chaos werd Dzjochar Doedajev geboren. De luchtmachtkolonel die later de onafhankelijkheid van Tsjetsjenië zou claimen. Hij bracht de eerste dertien jaar van zijn leven in Kazachstan door. Toen de Sovjet-Unie in 1991 begon uiteen te vallen rook hij zijn kans. Nadat hij tot eerste president van Tsjetsjenië werd verkozen riep hij eenzijdig de onafhankelijkheid uit. Waar hij niet op gerekend had was het feit dat van alle opstandige sovjetrepublieken Tsjetsjenië juist dat gebied was dat de Russen zeker niet zouden afstaan. Daarvoor is het te strategisch gelegen.
Ten Oosten van Tsjetsjenië bevindt zich de Kaspische Zee, ’s werelds grootste oliereservoir. Ten Westen heb je de Russische olieraffinaderijen van de Zwarte Zee. In Grozny komt een netwerk samen van oliepijpleidingen. Aangezien auto’s nog altijd op benzine rijden en Aziatische landen als China een nauwelijks te verzadigen honger naar energie kennen is die regio voor Rusland van strategisch belang. Zeker nu het Kremlin energie als politiek wapen begint te gebruiken.
Op 11 december 1994 viel het Russische leger met zijn volle gewicht Tsjetsjenië binnen. Het Tsjetsjeense verzet bleek desondanks niet te breken. Gemotiveerd door hun onafhankelijkheidsdroom brachten ze de Russische troepen zware verliezen toe. Vooral de hoofdstad Grozny leek niet in te nemen. De Russen besloten toen maar het geweer van schouder te veranderen en gingen over tot hevige luchtbombardementen. Uiteindelijk slaagden de Russen erin het kapotte Grozny in te nemen maar door de guerrillatactieken van het Tsjetsjeense verzet bleven ze zware verliezen lijden. De Russische troepen werden uiteindelijk moreel verslagen, Grozny bleef verwoest achter.
In 1996 bereikten beide partijen een bestand. Moskou en Grozny werden het eens over een staakt-het-vuren maar nog niet over het statuut van Tsjetsjenië. Tsjetsjenië werd tijdelijk de facto onafhankelijk. Door de maatschappelijke ontwrichting die de oorlog teweeggebracht had kenmerkt die periode zich door politieke instabiliteit, armoede, criminaliteit en ontvoeringen. Grozny was een puinhoop geworden waar men nog weinig kon mee aanvangen. De eigenlijke macht lag bij de krijgsheren.
Toen huidig president Poetin in 1999 onder Jeltsin nog premier was, ging de Tweede Tsjetsjeense Oorlog van start. Het was die oorlog die Poetin populair maakte bij de Russen en hem zijn verkiezingsoverwinning bezorgde in 2000. De aanleiding voor die oorlog was een reeks dubieuze aanslagen op appartementsgebouwen in Moskou. Dubieus omdat het Kremlin meteen de schuld aan de Tsjetsjeense terroristen gaf, terwijl er onrechtstreeks bewijzen bestaan dat de Russische geheime dienst FSB voor die aanslag verantwoordelijk was.
Zo was er een onafhankelijke parlementaire onderzoekscommissie onder leiding van parlementslid Sergei Kovalev die de aanslagen nader ging onderzoeken. Twee leden van die onderzoekscommissie werden in hun appartement vermoord. Een ander lid werd in elkaar geslagen en stierf later in een auto-ongeluk. Nog een ander lid werd gewoon opgesloten.
De Tweede Tsjetsjeense Oorlog kenmerkt zich door grove schendingen van de mensenrechten door het Russische leger en aanvallen op Russische burgers door Tsjetsjeense rebellen. Deze oorlog duurt tot op vandaag voort. De bekendste voorbeelden aan Tsjetsjeense zijde zijn de gijzeling in een theater in Moskou in 2002, waarbij 129 doden vielen, en de gijzeling in een school in Beslan in 2004, waarbij 331 doden vielen waarvan de helft kinderen. Daartegenover maken de Russische officieren in Tsjetsjenië zich straffeloos schuldig aan willekeurige moorden, folteringen en verkrachtingen.
Anno 2007 worden de Russische troepen nog steeds geconfronteerd met aanslagen maar hebben ze hun greep op de opstandige provincie versterkt. De belangrijkste rebellenleiders zijn uitgeschakeld. Bovendien heeft Poetin op 1 maart zijn stroman Ramzan Kadyrov benoemd tot president van Tsjetsjenië. Zijn vader, ex-president Akhmad Kadyrov, werd in 2004 vermoord door Tsjetsjeense rebellen. Kadyrov junior is een 30-jarige analfabeet en leider van de Kadyrovtsy, milities die zich regelmatig schuldig maken aan verdwijningen. Niettemin slagen de Kadyrovtsy erin om de orde te handhaven en doen ze aan wederopbouw.
Volgens prof. Katlijn Malfliet van de KU Leuven wordt Tsjetsjenië voor de Russen geen tweede Afghanistan. “Het is altijd mogelijk dat het geweld weer opflakkert maar de Tsjetsjenen zijn oorlogsmoe en willen nu aan wederopbouw denken. De relatieve orde die er vandaag heerst is typerend voor het autoritaire bewind van Poetin. Tijdens het democratischer bewind van gewezen president Jeltsin, heerste er chaos. Dat was niet wat de Russen wouden”. In totaal hebben de twee oorlogen het leven gekost aan 150 000 tot 200 000 mensen. Het conflict creëerde eveneens een half miljoen vluchtelingen.
Gregory Wauters
Hoofdredacteur LVSV Gent
>klik hier om terug te keren naar het overzicht van de lvsv-publicaties