Leendert Lachaert - De Oost-Afrikaanse gemeenschap: een liberaal antwoord op Afrika?

Afrika staat voor velen onder ons nog steeds synoniem voor het continent van hongersnood, burgeroorlogen, schendingen van mensenrechten door dictatoriale regimes en andere (plunderende) groeperingen. Het lijkt een onomkeerbare kringloop van ellende waarbij een gebrek aan elementaire levensnoodzakelijke behoeften zoals voedsel (zowel op kwalitatief als kwantitatief vlak), behuizing, onderwijs en geneeskundige voorzieningen aan de basis liggen.

De regeringen en andere instanties van de (zogenaamde) meer ontwikkelde en rijkere landen trachten hun geweten in deze schrijnende toestand te zuiveren met allerhande ontwikkelingshulp.

Hierbij zwijgen zij echter zedig over andere, meer structurele, beleidskeuzes die de lokale economieën van de Afrikaanse landen zwaar en ongunstig beïnvloeden. Als (traditionele) voorbeeld kunnen wij hierbij het landbeleid van de EU aanhalen. Door de zwaar gesubsidieerde landbouwproductie in de Europese landen ontstaat er een overschot aan landbouwproducten op de Europese markt. Dit overschot wordt dan tegen dumpingprijzen, waartegen de Afrikaanse boer niet kan concurreren, in de Afrikaanse voedselindustrie gebracht. Deze voornoemde Afrikaanse boer kan vervolgens zijn geiten, schapen, kippen en andere dieren niet meer verkopen en verwerft dusdanig geen (of toch nauwelijks) inkomsten. Dit leidt tot armoede die hongersnood, een gebrek aan onderwijs en gezondheidszorg onder de lokale bevolking met zich meebrengt.
De toestand in Afrika is van dergelijke aard dat de voornoemde ontwikkelingshulp niet meer is dan een druppel op een gloeiend hete plaat. Het moet overigens niet worden gezegd, maar vaak blijft deze steun hangen aan meerdere (corrupte) handen. Vandaar dat men toch eens zal moeten nadenken over het nut van de doelstelling tot het verhogen van het budget van de ontwikkelingssamenwerking van de Belgische overheid tot 0, 7% van het BNP tegen 2010, zoals gesteld in de regeringsverklaring van 2003. Meer aangewezen lijken projecten die uitgaan van een zelfvoorzienend Afrika, hetgeen in het verleden slechts al te sporadisch uitgeprobeerd is . Dit omsluit de vrijwaring van politieke, sociale en economische rechten in een stabiele Afrikaanse rechtsorde.
Een dergelijk project werd opgestart in Oost–Afrika waarbij Kenia, Tanzania, Burundi, Uganda, Rwanda een verdrag sloten om zich binnen een afzienbare tijdspanne te verenigen in een Federatie van Oost–Afrika.
 
Op het economische vlak werd reeds in 2005 een douane – unie tussen de lidstaten gerealiseerd. In 2010 zouden de grenzen van de deelnemende landen opengaan, en zou een er vrijhandel los van alle protectionistische belemmeringen worden geïnstalleerd. Nog later, in 2012, zou dan een gemeenschappelijke Monetaire Unie worden opgericht. Hierbij dient te worden vermeld dat de tijdspannes met betrekking tot de realisatie van de vrije markt en de gemeenschappelijke Monetaire Unie volgens sommige bronnen niet meer haalbaar zijn. De lidstaten hebben echter recent nogmaals hun intentie hieromtrent uitdrukkelijk bevestigd.

Na deze fase van economische integratie zou men willen overgaan tot de vorming van een politieke federatie met aan het hoofd een president. Verder zou er een parlement worden opgericht en een Hof van Justitie. Op dit moment bestaat reeds een East African Legislative Assembly, dat parlementaire rol bekleed vergelijkbaar met ons Europees parlement. Verder is er ook een East African Court of Justice dat waakt over de interpretatie en toepassing van het verdrag betreffende de Oost–Afrikaanse Gemeenschap. Minstens éénmaal per jaar wordt ook Oost–Afrikaanse Raad van Staats– en regeringsleiders georganiseerd. Daarnaast bestaat er ook een Raad van Ministers die minstens tweemaal per jaar samenkomt. Het is duidelijk dat men zich in deze overgangsfase heeft gebaseerd op de institutionele constellatie van de Europese Unie.
Verder stelt het verdrag nog als doelstellingen het duurzaam gebruik van de grondstoffen bij versterking van de economische positie van de Federatie. Een voorbeeld hiervan is het Lake Victoria Development Program waarbij de verschillende projecten in en rond het meer opgevolgd worden.

De Oost–Afrikaanse Gemeenschap wil een sociaal beleid gericht naar de bevolking (ondermeer) op het vlak van gezondheidszorg gaan voeren. Een ander aspect van dit sociaal beleid legt de nadruk op de gelijkheid tussen man en vrouw en bij de actieve rol van de vrouw bij de ontwikkeling van de samenleving. Voorts wordt het stimuleren van publiek – private samenwerking aangemoedigd.
Er wordt in het East African Community Treaty uit 1999 uitdrukkelijk verwezen naar de beginselen van behoorlijk bestuur die de Federatie wil nastreven. Deze bestaan volgens het verdrag uit een democratisch opererende rechtstaat waarbij men de volksvertegenwoordiging tot verantwoording kan roepen, er een transparantie bestaat bij de werking van overheidsinstantie en een sociaal justitiesysteem heeft. Verder dient men in een zover mogelijke mate de gelijkheid tussen de burgers (en geslachten) te garanderen. Het allerlaatste punt uit art. 5 van het verdrag luidt als volgt: […] Promotion of peace and stability within the region, and good neighbourliness among the partner states.

Vrede en stabiliteit lijken momenteel nog steeds de grootste bedreiging voor een ambitieus project als het bovengenoemde in Afrika. Hierbij denken we maar aan de rellen in Kenia begin dit jaar na de turbulent verlopen presidentsverkiezingen, die uitdraaiden op een etnisch conflict. Ook in het noorden van Tanzania zijn er etnische twisten en vreest de overheid dat bij de definitieve openstelling van de grenzen, er aantasting van haar grondgebied kan plaatsvinden door de inname ervan door stammen uit Kenia. Misschien kan de vorming van de definitieve federatie met één geheel grondgebied een oplossing bieden voor de gelijkgezinde stammen die door de kunstmatig getrokken grenzen (door de toenmalige Westerse kolonisatoren) gescheiden geraakt zijn, en zo dergelijke conflicten in de toekomst doen verdwijnen. Verder denken we maar aan de burgeroorlog tussen de Tutsi‘s en Hutu‘s in Rwanda tijdens de jaren ‘90. Toch lijken andere vereisten nog niet nagekomen. De meeste van de lidstaten beschikken niet over een overheidsorgaan die erin slaagt een democratisch verkozen volksvergadering op been te brengen. Zolang dit niet gebeurt, zal er ook geen vrije handel mogelijk zijn, daar steeds de belangen van bepaalde machtsfiguren zullen worden gediend in plaats van het algemeen belang.

Verder dient de overheid te beschikken over bepaalde tools waarmee zij de marktimperfecties kan corrigeren. Ook zal de overheid bepaalde basisdiensten moeten kunnen aanbieden aan haar burgers. Hierbij komen vooral zaken als onderwijs, geneeskundige verzorging, infrastructuurwerken, etc. … naar voor. Momenteel beschikken de staten niet over dergelijke middelen. Wellicht kan de hier bovenvernoemde publiek–private samenwerking een rol spelen. Ten slotte is het één van de essentiële basistaken van de overheid om te zorgen voor goed werkend en sociaal geïnspireerd justitieel apparaat te zorgen. Dit wordt ook bevestigd in het Verdrag betreffende de Oost–Afrikaanse Gemeenschap.

Het project met betrekking tot de vorming van vrije markt, een gemeenschappelijke Monetaire Unie en de uiteindelijke oprichting van politieke Oost–Afrikaanse Gemeenschap getuigt van een meer duurzame visie dan het louter storten van een som geld. De contouren van de Oost–Afrikaanse Gemeenschap werden mee uitgetekend door de Verenigde Naties. Wellicht kan hierbij voor de internationale instellingen een nuttigere rol worden gevonden, namelijk deze van hulpverlener bij het uitbouwen van een moderne liberale–democratische Afrikaanse staat. Op deze wijze kunnen Noord, Zuid, Oost en West (misschien) vrij, gelijk en broederlijk samenleven op deze planeet….

Leendert Lachaert

Lid LVSV Gent

>klik hier om terug te keren naar het overzicht van de LVSV-publicaties