Patrice Viaene - Cruciale tijden voor Frankrijk
Onze zuiderburen trekken op 22 april naar de stembus om een nieuwe president te kiezen. De nu al sterk gemediatiseerde verkiezing belooft een hardnekkige strijd te worden tussen Ségolène Royal van de linkse Parti Socialiste en Nicolas Sarkozy van de centrum-rechtse Union pour un Mouvement Populaire.
Voorspellingen en speculaties over wie de komende 7 jaar het Elysée zal bewonen zijn hier niet op zijn plaats, toch moet dieper worden ingegaan op de prangende uitdagingen die het volgende staatshoofd te wachten staat. Frankrijk bevindt zich immers op een kruispunt waar het de weg van de toekomst definitief kan inslaan en de oude reeds begane paden kan verlaten.
Het hedendaags Frankrijk omschrijven als gezond is de waarheid geweld aan doen. De symptomen die verschijnen zijn divers en welbekend gaande van het nee tegen de Europese grondwet tot de rellen in de banlieues en meer recent het straatprotest tegen het jongerencontract, de CPE.
De echte oorzaken van de problemen worden door de politici nauwelijks beroerd. Anti-globalistische en antiliberale credo’s zijn schering en inslag bij zowel links als rechts. Frankrijk ziet zichzelf als het slachtoffer van de globalisering en de vrije markt als een bedreiging.
De oppositiepartij de PS pleit onomwonden voor de renationalisering van de elektriciteitsvoorzieningen, het definitieve behoud van de 35 urenweek en een algemene belastingverhoging. Ook de zittende president Jacques Chirac laat zich niet onbetuigd, de uitspraak dat het liberalisme gevaarlijker is voor Europa dan het communisme liet hij al meerdere keren met plezier optekenen.
De angst voor verandering kan nefast zijn voor vele Fransen in de toekomst. Daarom zijn de presidents- en parlementsverkiezingen van mei allesbepalend. Ze kunnen een eind maken aan twaalf jaar stagnatie onder Chirac. Moedige hervormingen zijn dan ook nodig.
Het hypergecentraliseerde en bureaucratische Franse model kent voornamelijk twee zwaktes. Ten eerste kampen onze zuiderburen met een hoge structurele werkloosheid. De Franse planeconomie heeft gezorgd voor een statische, te beschermde arbeidsmarkt. Vijf jaar geleden werd de werkweek teruggeschroefd van 39 tot 35 uren met behoud van hetzelfde loon. Algemene CAO’s, hoge sociale zekerheidsbijdragen en strenge ontslagregelingen beschermen terecht de veiligheid en gezondheid van de arbeiders maar zorgen er daarnaast ook voor dat iemand tewerkstellen minder interessant wordt. Een meer dynamische benadering zou iedereen ten goede komen. Dit alles leidde tot een schisma in de Franse arbeidsmarkt. Een minderheid heeft een goede, beschermde job, voor de rest wacht een onzekere betrekking of erger: de werkloosheid. Naast een dalend BNP zorgt het starre Franse model er ook voor dat vele individuen het financieel moeilijk krijgen, denk maar aan de 1000 euro generatie.
Een tweede probleem is het immens grote overheidsbeslag. De vrije markt wordt persistent gewantrouwd en bij elke nieuw probleem die zich manifesteert, verhoogt de overheid simpelweg de uitgaven. Dit zorgt vanzelfsprekend voor een enorme overheidsschuld die nu al meer dan een triljoen euro bedraagt. De sterke bestedingsdrang van de overheid gaat natuurlijk gepaard met hoge belastingen. Benevens een forse inkomensbelasting wordt de werkgever gekortwiekt door zware heffingen. Iemand die een werknemer het dubbel betaald van het minimumloon, 2400 euro per maand, is verplicht de helft zoveel opnieuw bij te dragen aan de sociale zekerheid. De werknemer van zijn kant moet nog eens 22 % van zijn loon, bovenop de inkomensbelasting, afstaan aan de staat, eveneens voor de sociale zekerheid. Des te pijnlijker is dat bijna alle taksen fungeren voor recente operaties en niet voor projecten op lange termijn, zoals innovatie, onderzoek of onderwijs. Daarenboven houdt een allesbehalve efficiënte administratie alles draaiende. De laatste 20 jaar werden 1 miljoen extra ambtenaren aangeworven om het totaal nu op 5 miljoen te brengen.
Dat de Fransen de geneugten van de vrije markt volhardend ontkennen werd nog maar eens aangetoond toen president Chirac twee jaar geleden ‘Quaero’ lanceerde. De internetzoekmachine is ongelofelijk gedateerd en heet nu al een schromelijke mislukking te zijn. Zoals de twee studenten van Google bewezen, worden oplossingen vrijwel nooit topdown aangereikt. Vernieuwingen zijn uitgesloten in een sterk hiërarchisch systeem.
Sinds Colbert, Lodewijk XIV’s minister van financiën, omarmt Frankrijk al dit dirigistische model waarbij politici eerder bekommerd zijn om de verdeling van welvaart dan om de creatie ervan. In een door Globescan afgenomen poll ging slechts 36 % van de Fransen akkoord met de stelling dat de vrije markt het beste beschikbare systeem is in onze samenleving. De vraag is dan of deze steeds terugkerende weerstand tegen verandering en creativiteit inherent, genetisch bepaald is bijna, aan de Fransman.
Neen, het gaat natuurlijk niet om een aangeboren maar eerder een van jongs af aan ontwikkelde mentaliteit. Vanaf de zogenaamde baccalauréats worden in de economische en sociale wetenschappen boeken verslonden met achterhaalde neo-marxistische analyses over arbeid en kapitaal. Een groot deel van de bevolking is dan ook vastgeroest in een blijvend collectief denken.
Naast economisch immobilisme heeft Frankrijk ook te kampen met een heus immigratieprobleem, die verleden jaar uitmondde in de 20 dagen durende straatrellen in de vele buitenwijken, de zogehete banlieues.
Onze zuiderburen hebben de grootste moslimbevolking van Europa. Maar toch waren veel observatoren eensgezind en ontkenden ze dat het om een puur islamitisch probleem ging. De ware oorzaak ligt dan ook eerder in een falende integratie. Een totaal geïsoleerde groep heeft het zeer moeilijk wat vrij zichtbaar is door talrijke sociale problemen als armoede, georganiseerde misdaad, illegale immigratie en een schrijnend gebrek aan ouderlijk gezag.
Daarbovenop concludeerde de Universiteit van Parijs na een experiment met sollicitaties dat de raciale discriminatie op de arbeidsmarkt nog welig tiert.
Wil dit zeggen dat het Franse integratiemodel van laicité heeft gefaald? Mijns inziens niet, het benadrukken van universele waarden is de enige methode die kan leiden tot integratie.
Maar het adequaatst blijft natuurlijk een job. Naast kwalitatief hoogstaand onderwijs vormen gelijke werkkansen, en dus werkgelegenheid, een noodzakelijke voorwaarde voor een hoge sociale mobiliteit. Die factoren genereren blijkt al jaren een onmogelijke opdracht voor het rigide Franse model.
De fundamentele vraag die rest is dan of een der kandidaten voor de ommekeer kan zorgen en Frankrijk definitief uit het slop kan halen. De kans dat Ségolène Royal, de immens populaire socialiste, het tij zal keren is uiterst klein. De vrouw van PS-voorzitter Hollande staat economisch voor een status quo. Zo kan volgens haar de huidige crisis enkel worden overwonnen door de uitbreiding van de welvaartstaat en de uitschakeling van het winstmotief. Op andere terreinen is ze voorstander om jonge criminelen discipline bij te brengen door militaire training en politici te onderwerpen aan volksjury’s. Internationaal is ze, net zoals de huidige president, een sterker Europa dat een tegengewicht kan vormen voor de Verenigde Staten, genegen.
Laten we eerlijk zijn, slechts Nicolas Sarkozy, de zoon van een Hongaarse aristocraat, kan zorgen voor de omwenteling in het land van de enige echte revolutie.
Het is dan ook Sarkozy die de Fransen met alledaags taalgebruik probeert te overtuigen van de dringende nood aan hervormingen. In tegenstelling tot de socialisten heeft hij zijn handen veel vrijer om de te invloedrijke positie van de ambtenaren en vakbonden te breken.
Toch rijst de vraag of de kleine Sarkozy wel een onvervalst verdediger is van vrije marktwerking. Naast een voorstander van landbouwsubsidies toonde hij zich van zijn meest protectionistische kant toen hij met alle mogelijke middelen de farmaceutische reus Aventis beschermde tegen een vijandige overname. Vele Fransen beschouwen hem als een economisch liberaal maar spijtig genoeg is hij een pragmaticus die de onomstreden krachten van een concurrentiele economie slechts matig erkent.
Bovendien neemt Sarko ook op andere vlakken vaak conservatieve en dus antiliberale standpunten in. Positieve discriminatie introduceren om etnische problemen op te lossen lijkt hem de aangewezen methode. De feitelijke achterstelling van mensen van vreemde origine op de arbeidsmarkt moet vanzelfsprekend worden onderkend, maar discriminatie bestrijden met nog meer discriminatie is absurd. Alhoewel oorspronkelijk goed bedoeld leidt ze onvermijdelijk tot polarisatie en groepsdenken.
In plaats van opnieuw een verstikkende overheidstussenkomst is een radicale mentaliteitswijzing vereist waarbij niet langer de afkomst maar de menselijke kwaliteiten worden beoordeeld.
Nog meer dan Ségo pleit de minister van buitenlandse zaken voor een duidelijk hardere aanpak van de criminaliteit. Op buitenlands vlak is het verschil compleet, hij wil de transatlantische band verstevigen en de deur op slot houden voor Turkse toetreding tot de EU.
Hoe dan ook, de naderende presidentsverkiezingen blijven essentieel voor ons buurland al is het maar om het publiek debat te stimuleren. Moedige politici moeten het voortouw nemen en duidelijk maken dat hervormingen noodzakelijk zijn. Veranderingen, die nooit zonder toestemming van de straat tot stand komen, zijn onoverkomelijk.
Zonder koerswijziging hypothekeert Frankrijk zijn eigen toekomst.
Patrice Viaene
Bestuurslid LVSV Gent
>klik hier om terug te keren naar het overzicht van de lvsv-publicaties