Patrice Viaene - Hayek in de vergetelheid

'Wij moeten de voorwaarden scheppen die vooruitgang mogelijk maken, in plaats van de mens tot vooruitgang te dwingen’.
Een citaat van Hayek die zijn magistrale boek ‘The Road to Serfdom’ perfect samenvat. Sinds ‘The end of history and the last man’ van Francis Fukuyama zou de kapitalistische liberale democratie het pleit definitief hebben beslecht. De vrijemarkteconomie is algemeen aanvaard en Hayeks inzichten worden beschouwd als argumenten uit een gewonnen strijd.
Helaas, we zouden beter zijn klassieker van onder het stof halen. Onder het mom van de sociale verzorgingsstaat versterkt de overheid in alle stilte zijn wurggreep op het individu en zijn leefomgeving. Vrij initiatief en verantwoordelijkheidsbesef worden ontmoedigd en sociale afhankelijkheid wordt gestimuleerd. Verandering is noodzakelijk. We moeten Hayeks waarschuwing dringend opnieuw serieus nemen, anders ligt de weg naar moderne slavernij wagenwijd open.

Maar waarvoor wou Friedrich August von Hayek ons ook alweer behoeden? Geboren in Wenen in 1899, promoveert hij begin jaren ’20 in de rechtswetenschap en de politieke economie. Sterk beïnvloed door Ludwig von Mises verdiept hij zich academisch vooral in de economie, waarvoor hij in 1974 de Nobelprijs krijgt.
Zijn grootste triomfen zal hij echter op het domein van de politieke filosofie vieren. Uitgeweken naar Engeland, publiceert hij een jaar voor het einde van de Tweede Wereldoorlog ‘The Road to Serfdom’. In het boek, ‘opgedragen aan alle socialisten uit alle partijen’ toont hij aan dat het nationaal-socialisme geen tegenreactie maar juist een logisch uitvloeisel is van het socialisme. Centrale overheidsplanning is onverzoenbaar met vrijheid en individuele ontplooiing. Met zijn consequent discours ter verdediging van de vrije markt kwam hij lijnrecht tegenover Keynes te staan, de academische verpersoonlijking van de planeconomie op dat moment. Socialisme werd in het Groot-Brittannië van de jaren ’40 almaar populairder. Daarom zou het politieke systeem over de Noordzee ook in een totalitaire dictatuur kunnen ontaarden.

In zijn magnum opus verduidelijkt en bewijst hij op een glasheldere manier hoe collectivisme, socialisme of algemene overheidsinterventie, de benaming speelt hier geen rol, in de economie onvermijdelijk leidt tot slavernij.
Het socialisme berust immers op een wetenschappelijke denkfout waarbij het menselijk intellect wordt overschat. Het gaat er verkeerdelijk vanuit dat de samenleving ‘gemaakt’ kan worden door economische planning.
Een dwangmatige economie zou misschien slagen indien de omstandigheden zo eenvoudig waren dat een enkele persoon of ministerie alle feiten kon overzien. Maar de centrale autoriteit zal altijd falen omdat de menselijke ratio voor het verwerken van informatie ontoereikend is en de factoren waarmee men rekening dient te houden te talrijk en te complex zijn. Ook zijn natuurwetenschappelijke methodes niet toepasbaar op de menswetenschappen. Mensen handelen niet per se rationeel.
De geleide overheid moet het subjectief begrip ‘sociale rechtvaardigheid’ op een adequate wijze kunnen invullen waardoor zijn controle over het dagelijkse leven van elk individu  dan ook immens groot wordt. De macht verschuift steeds meer op naar de regering omdat die sneller en flexibeler beslissingen kan nemen. De democratische controle wordt volledig uitgehold en de roep naar sterke leiders met simplistische slogans wordt groter. De geest van het totalitarisme sluipt zo geruisloos de samenleving binnen.
Het democratisch socialisme is een illusie, een waanbeeld die in de 20ste eeuw miljoenen slachtoffers heeft gemaakt. Het streven ernaar heeft de vernietiging van alle vrijheid tot gevolg. Zoals Popper het al zei: ’Elke hel op aarde begon met de poging er een hemel van te maken’.

Moeten de problemen in de samenleving dan niet worden opgelost? Toch wel, maar de vraag betreft de manier van oplossen. In plaats van alle menselijke handelingen volgens een vast patroon te organiseren moeten we een kader creëren waarbinnen ieders kennis en initiatief het best kunnen worden gebruikt. Binnen dit kader moet de vrije markt kunnen spelen. Met haar keuze- en concurrentievrijheid maakt dit systeem de macht van de ene mens over de andere zo klein mogelijk.
De pleitbezorgers van algemeen overheidsingrijpen negeren de kracht die onze moderne beschaving juist mogelijk maakte. Het marktmechanisme met zijn nooit aflatend aanpassingsvermogen heeft ons een nimmer vertoonde graad van welvaart en differentiatie geschonken. Ook zal economische vrijheid altijd politieke vrijheid genereren. De vrije markt, democratie en een open samenleving zijn onlosmakelijk verbonden met elkaar.

Hayek kreeg met de val van de Berlijnse muur en de mislukking van het communisme uiteindelijk gelijk. Het liberalisme had de andere ideologieën definitief overwonnen. Het kapitalisme was voor iedereen aanvaardbaar als beste systeem.
Toch wordt de vrije markt nog steeds met argwaan bekeken. Op cruciale momenten pleiten politici uit alle partijen nog steeds voor een algemeen overheidsingrijpen en vergeten ze daarbij de waarschuwing van Hayek.  De politieke consensus, die in Europa de sociale verzorgingsstaat heet, moet dringend worden herzien en wel op deze terreinen.

Het overheidsbeslag neemt bij ons immense proporties aan. De Keynesianen hebben de aanbodzijde altijd verwaarloosd ten koste van de algemene welvaart. Het BNP wordt in Europa voor bijna de helft afgeroomd door belastingen. Volgens het principe van ‘tax liberation day’ begint een Belgische werknemer pas in september voor zichzelf te werken.
Creativiteit en ondernemingsschap worden gefnuikt door een overdreven gulzige staat.
Lagere belastingen, gebaseerd op het systeem van de vlaktaks,waarbij een aanslagtarief geldt voor iedereen, zijn noodzakelijk. De vlaktaks is eerlijk, transparant, koopkracht verhogend en administratie reducerend. De tariefverlaging zorgt eveneens voor een maximalisatie van de belastingsinkomsten want het ontraadt zwartwerk en creëert arbeidsplaatsen.
Naast hervormingen in het belastingswezen is het huidig systeem van sociale zekerheid niet meer houdbaar. Met de toenemende vergrijzing kunnen alle lasten niet langer worden afgewenteld op de actieve bevolking. Een kapitalisatie-methode dringt zich zeker voor het pensioenstelsel, op. Het stelsel van de werkloosheidsvergoedingen onbeperkt in de tijd is verwerpelijk en moet zo snel mogelijk worden herzien. De focus moet gaan naar de echt zwakkeren in de samenleving die via een gerevalueerd bestaansminimum weer zelf het heft in handen kunnen nemen.

Hayek was als een van de eersten gewonnen voor een gemeenschappelijke Europese vrije markt. Europa moest de voorrechten van minderheidsgroepen terugdringen. Toch merken we vandaag dat door monopolies en subsidies het protectionisme hoogtij viert. Belangengroepen zijn nefast voor de economische groei en schadelijk voor de consument.
Het meest in het oogspringend zijn de landbouwlobby en de vakbonden.
De laakbare landbouwsubsidies zijn, naast marktvervalsend, immoreel door hun neveneffecten voor de naar ontwikkeling smachtende landbouwers uit andere continenten.
De vakbonden gijzelen onze samenleving door broodnodige sociale hervormingen voor de toekomst, te blokkeren.
In de lijn van Hayeks uitgangspunten dient het economisch-nationalisme en het corporatisme een halt worden toegeroepen.

Hayek wees ons al op het ondemocratisch karakter van de planeconomie. De voorbije decennia geven hem andermaal gelijk. De verzorgingsstaat zorgt ervoor dat de ‘planners’ in alle sectoren een voet aan de grond moeten houden. De overheid moet snel en adequaat kunnen reageren op allerlei noden. De ‘te trage’ wetgever wordt buitenspel gezet en de echte macht ligt nu bij de uitvoerende macht die zich niet langer dient te verantwoorden aan de burger.
Een dictatuur is nog niet voor morgen, maar de parallellen met de evolutie die Hayek schetste zijn treffend. De legislatieve inflatie is de laatste jaren enorm, de staat regelt alles. De parlementaire werkzaamheden worden vervangen door het ‘sociaal overleg’, waar deelbelangen onmiskenbaar worden misbruikt. In de parlementen zitten de vazallen van de regering, van echt wetgevend werk of enige controle is nog nauwelijks sprake.
Er is een democratisch tekort op alle niveaus. Op Europees vlak is het evenwicht tussen de commissie en het parlement compleet zoek. Maar ook op het gemeentelijk echelon is de democratie tanend. De oprichting van zogenaamde ‘autonome gemeentebedrijven’ komt de transparantie zeker niet te goede, om niet te spreken over de nefaste verstoring van de vrije markt.
Inspraak van de burger wordt volledig over het hoofd gezien. De overheid kan niet elk individu tevreden stellen, wat antipolitieke en fascistische stemmen merkbaar in de hand werkt. Politici moeten hun rol in het democratisch bestel grondig herdenken.

Als liberalen, dienen wij waakzaam te blijven. Hayeks boodschap is brandend actueel. De hierboven geschetste tendensen vormen geen uitzondering. De wenselijkheid van een sociaal- economische consensus die de maatschappij verstard moet dringend in vraag worden gesteld. De versmachtende verzorgingsstaat moet worden afgebouwd.
We moeten kiezen voor een dynamische samenleving waar vrijheid, verantwoordelijkheid en creativiteit centraal staan. De vrije markt, als motor voor welvaart en welzijn, is geen dogma, maar een noodzaak, willen we definitief de weg naar de vrijheid bewandelen.

Patrice Viaene

Bestuurslid LVSV Gent

>klik hier om terug te keren naar het overzicht van de lvsv-publicaties