Wietse Verwimp - Vakbonden
Tien dagen duurde het, tien dagen staakten de spoor en metrovakbonden in Frankrijk tegen een hervorming die president Sarkozy voorstelt inzake hun pensioenrechten. Tien dagen lang was het staatsgesubsidieerde vervoer in Frankrijk onbetrouwbaar of gewoon onwerkzaam (dit tweede vooral in Parijs). De laatste dagen van de actie nam slechts 25% van het personeel deel en toch staakte de bonden door. De lage stakingbereidheid tijdens de laatste dagen is vermoedelijk dan ook één van de redenen van het stopzetten van de actie. Nochtans had Sarkozy reeds voor de staking aangekondigd bereid te zijn tot overleg, wat nog niet had plaatsgevonden.
Wat houd het plan in? Ruw geschetst: een aanpassing van de loopbaantijd (met recht op een vol pensioen) van 37,5 naar 40 jaar. De loopbaantijd zou hiermee even lang worden als die van werknemers in de privésector in Frankrijk. De maatregel heeft tot doel meer gelijkheid tussen het statuut van werknemers in de privé en deze in de overheid te brengen. Verder moet het Frankrijk voorbereiden op de nakende vergrijzing van de bevolking die zich ook in Frankrijk over enkele jaren zal inzetten. Zo wil president Sarkozy verhinderen dat het jongere gedeelte van de bevolking moet betalen voor ‘verworven’ rechten waar ze zelf nooit gebruik van zullen kunnen maken. Een verhoging van de pensioenleeftijd is gezien de stijgende levenduurte immers onvermijdelijk. Doelstellingen dus die ik als liberaal volledig kan onderschrijven.
Ook bij ons in België gebeurde de laatste jaren een aantal grote stakingsacties. In oktober 2005 was er een nationale staking van het ABVV tegen het aangekondigde ‘generatiepact’ van de federale regering, dit pact had tot doel de jeugdwerkloosheid te bestrijden en percentage werkende tussen de 55 en 65 jaar op te krikken. De commentaar van Rudy de Leeuw doet tevens het ergste voor de nabije toekomst verwachten.
Nochtans waren de onderhandelingen over dit pact nog bezig en waren de bonden (en werkgeversorganisaties) hierop, terwijl dit geheel onnodig was, aanwezig. De vakbonden verklaarde zelfs dat het overleg ‘in een constructieve sfeer verliep’.
Wat volgde was een poging tot lamlegging van het land. Staatsbedrijven zoals de NMBS, de post lagen vrijwel geheel lam. Verder moesten stakingpiketten aan de ingang van bedrijven verhinderen dat werkwilligen konden werken. Via de afsluiting van gehele industriezones probeerde men zelf bedrijven zonder vakbondsdelegaties lam te leggen. Gezien vakbonden in België geen rechtspersoonlijk genieten valt de schade voor dergelijke onwettige acties niet terug te vorderen.
Dichter bij in de tijd is de staking op vrijdag 26 oktober 2007 van de NMBS. Reden was een akkoord over een minimum dienstverlening binnen de oranje-blauwe regeringsonderhandelaars. Dit terwijl de onderhandelingen nog niet afgelopen zijn; laat staan bekrachtigd zijn door de partijcongressen. Ook het standpunt van de parlementsleden die dit uiteindelijk zouden moeten stemmen is ongekend. En toch staakten de spoorvakbonden. Gevolg was dat vele studenten en pendelaars in de kou kwamen te staan en met veel vertraging of een andere vervoersmethode hun weg naar huis moesten inzetten.
Hoe kan je een dergelijke stakingen vanuit liberaal standpunt benaderen?
Vooreerst wil ik zeggen dat ik het als liberaal volkomen normaal vind dat mensen zich verenigen, organisaties oprichten, discussiëren, hun mening verspreiden of hun belangen verdedigen. Het verenigen van individuen biedt mensen ontplooiingskansen, zorgt voor een kruisbestuiving van ideeën, creëert talrijke vriendschappen en zoveel meer. Vakbonden zijn ongetwijfeld in het verleden opgebouwd vanuit de doelstelling werknemers te verenigen en gezamenlijk te streven naar betere levensomstandigheden voor alle werknemers. Het verdedigen van je belangen als groepering kan hier gerust bijhoren. En ook stakingrecht is voor mij een grondrecht. Zij het wel, individueel: stakingpiketten of blokkades van bedrijventerreinen zijn degoutant daar ze de vrijheid van zij die niet willen staken fnuiken. En indien dan gestaakt wordt, heb ik veel meer begrip voor de chauffeurs van ‘de lijn’ die betaalstakingen houden (en zo de werkgever nog meer treffen) dan voor de werknemers van de NMBS die van een verlengd weekend genieten terwijl ze verhinderen dat andere hun weekend kunnen starten.
Vakbonden verenigen werknemers verdedigen diens belangen. De laatste jaren lijkt de koers van de vakbonden me echter andere richting uit te gaan. Vakbonden leiden aan een terugvallende en verouderde ledenpopulatie. Gevolg hiervan is dat ze zich vooral toespitsen op het verdedigen van zogenaamde ‘verworven rechten’. Rechten die stammen uit een verleden dat zich in een heel andere sociaal-economische context afspeelde en ook toen controversieel waren.
In de huidige context zijn deze rechten vaak contraproductief of onrechtvaardig. Zo leidt een onbeperkte duur van werkloosheidsuitkeringen in de tijd tot passieve werkzoekenden die vervolgens de belastingsdruk voor werkende mensen gevoelig verhogen. Hierdoor verlaagt de koopkracht van werkende bevolking. Een privatisering van werkloosheidsuitkeringen een degressief verlagende (en uitdovende) uitkering in de tijd is echter onbespreekbaar voor de vakbonden. Van de overheid kregen ze immers de taak toebedeeld mee in te staan voor de uitkering hiervan. Gezien de overheid zelf de uitkeringen vaak laat stort wordt de werkzoekende aangemoedigd lid te worden van een vakbond om te genieten van een betere bediening. In ruil hiervoor ontvangt de vakbond lidgelden en een vergoeding van de overheid. Een systeem dat leidt tot een interne dynamiek binnen de vakbonden van verstarring en het onmogelijk maken van discussie over de wenselijkheid en vorm van werkloosheidsuitkeringen. De discussie of het uitbetalen van werkloosheidsuitkeringen een taak is van de overheid en of –indien dit het geval is- een onbeperkte tijdsduur wenselijk is wordt door de vakbonden (en hun acties uit het verleden) tegengewerkt. Verder voorzien de vakbonden deze diensten niet aan alle burgers. Reeds jaren lang wordt mogelijk lidmaatschap van mensen die gekend staan als lid van het Vlaams Belang geweigerd door het ABVV.
Naast de aanmoedigingen van werkzoekenden om lid te worden van de vakbond moedigt de overheid een deel van haar personeel aan lid te worden. In een K.B. van 11 december 2006 wordt voorzien in een gedeelde terugbetaling van lidgelden van vakbondsleden aan een groot deel van haar personeelsleden.
Dergelijke verwevenheid van private organisaties met de overheid zijn vanuit liberaal oogpunt onwenselijk en zelf niet te tolereren. Indien de overheid werkloosheidsuitkeringen betaald is het aan de overheid zelf om in de dienstverlening te voorzien. Indien wenselijk kan ze hiervoor verzelfstandigde agentschappen oprichten of dit uit besteden aan private bedrijven. Deze dienen dan wel zonder voorwaarden of lidgelden alle werkzoekenden op een gelijke manier te behandelen. De algemeen bindende verklaringen van c.a.o.´s (die vakbonden met werkgevers onderhandelen) door de overheid dient dan ook te stoppen. Werkgevers en werknemers dienen de kans te krijgen om op individuele basis een arbeidsovereenkomst af te sluiten.
Indien de overheid beslissingen wil nemen aangaande bv. pensioenleeftijden of ontslagprocedures doet ze er goed aan zich zorgvuldig te informeren. Een consultatie van de vakbonden behoort hier zeker bij. Deze consultatie dient echter van adviserende aard te zijn, onderhandelingen om acties te vermijden leiden tot een oververtegenwoordiging van bepaalde bevolkingscategorieën en kunnen dus als chantage beschouwd worden. De legitimiteit van het parlement is in deze groter. Om uitwassen zoals eerder beschreven te vermijden doet de overheid er dus goed aan elke institutionele verwevenheid met vakbonden, en andere belangengroeperingen, stop te zetten. Last but not least dient de overheid vakbonden, zoals alle andere verenigingen, rechtspersoonlijkheid toe te kennen.
Wietse Verwimp
Bestuurslid LVSV Gent
>klik hier om terug te keren naar het overzicht van de lvsv-publicaties